Archief

Heeft bidden nog zin?

Als we een gezonde maag hebben is onze maag geen probleem. Zodra onze maag ziek is, ontstaan er vraagtekens.
Zo is het ook met ons gebed.
Wanneer het verkeer met God goed is, stellen we de vraag niet of bidden wel zin heeft.
Dan ervaren we eenvoudigweg de kracht en de troost van het gebed.
Maar als het contact met God verbroken is, is het moeilijk antwoord te krijgen.
Bidden is trouwens niet hetzelfde als een verlanglijstje opsturen.
Jezus heeft voor ons misschien een ander verlanglijstje op het oog.
De urgentielijst voor het bidden heeft Jezus als volgt omschreven:
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiedde, gelijk in de hemel als op aarde.
En zonder de Heilige Geest redden wij het niet
En het “Amen”, het slot van een gebed, betekent niet: Klaar is Kees.
Zo van: Ik heb gebeden en nu maar wachten wat er van komt.
Nee “Amen” is: het zal waar en zeker zijn.
Wanneer we in vertrouwen bidden dan hebben van het begin af aan grond onder voeten.
Laat het daarna maar gerust aan God over.
In het ‘Amen’ prijzen wij niet onze eigen betrouwbaarheid, maar alleen Gods betrouwbaarheid.
Daarom: Bidden heeft wel degelijk zin, want er is een God die hoort. Maar Hij vervult niet al onze wensen, maar wel zijn beloften. Zijn Naam is dan ook JHWH d.w.z. Ik ben er bij. Altijd en overal. Wat een geruststelling!

Drs. Evert Akkerman

 

 

 

Vakantietijd

De tijd dat veel  mensen met vakantie gaan is weer aangebroken.

Een heerlijke tijd, want voor veel mensen is dit het signaal om het wat rustiger aan te gaan doen. Lekker weer, weinig vergaderingen. ’s Avonds barbecueën in de tuin. Depressieve gevoelens kunnen door de zonnestralen verdreven worden. Voor velen de kans om er een paar weken tussenuit te gaan. Voor de meeste mensen ook de mooiste tijd van het jaar.

Ook dichteres Nel  Benschop heeft misschien wel aan de vakantieperiode gedacht toen zij het gedicht Dagdroom dichtte.

Dagdroom

Ik kijk door ’t raam en zie de wolken drijven,
en ongewild gaan mijn gedachten mee
ver weg, ver weg. Ik wil hier niet blijven,
ik wil de bergen zien, de bossen en de zee;
‘k Wil dat de wind mijn haren zacht zal strelen,
en dat de zon mij als een minnaar kust;
Ik wil mijn tranen met de regen delen,
‘k wil dat de nacht naast mij op ’t kussen rust.
Ik wil alleen zijn met de stille bomen,
de bloemen storen mijn gedachten niet;
Ik wil de dromen van de bergen dromen,
en zingen in een juichend vogellied.
Ik wil gelukkig langs de paden zwerven,
ik wil vergeten al mijn grauw verdriet,
en eindelijk weer de stille rust verwerven
een kind van God te zijn – en anders niet……

Nel Benschop  in Een boom in de wind

Uitgave: Kok –Kampen – 1970

Drs. Evert Akkerman