Meditatief

                                         

Toen zeiden de apostelen tegen de Heer:
“Geef ons meer geloof!”

Lucas 17:5

 

In ons gebed leggen wij God vaak veel vragen voor. Wie ziek is bidt om genezing. Wie het moeilijk heeft in het leven vraagt om uitkomst. Het gebed is ademhalen van de ziel, wordt wel eens gezegd. Met andere woorden: wie niet bidt haalt geen adem. Dan leef je niet echt…

De leerlingen van Jezus vragen Hem om meer geloof. Met die vraag zijn ze aan het juiste adres. Want wie anders kan ons geloof doen toenemen, dan Hij? Alleen bij Hem zijn woorden van eeuwig leven!

Hoe zijn die leerlingen van Jezus eigenlijk tot hun gebed gekomen? Ik denk, omdat ze ontdekt hadden, dat hun geloof maar klein was. En zo vragen ze dan gezamenlijk om méér! Ons, staat er in Lucas 17:5. Nu neem ik maar aan dat één van de leerlingen de woordvoerder is geweest. Maar hij doet dit gebed (verzoek) voor hen allemaal. Nee, geen Petrus die boven de anderen uit wil steken en zegt: meer geloof heb ik niet nodig, want ik heb al een groot geloof. Nee, niets daarvan. Laten wij hierin niet groot van onszelf denken, alstublieft.

De apostelen zullen best opgezien hebben tegen de taak die hen wacht in deze wereld. En straks zullen ze om de boodschap van het evangelie verdrukking lijden. Zal hun geloof dan tegen de moeiten en zorgen bestand zijn? Zullen zij vanwege vanwege hun kleine geloof het er dan niet bij laten zitten?

Ik denk: wij ervaren allemaal wel eens hoe moeilijk het is om staande te blijven in het geloof. Zeker nu wij leven in een tijd dat zovelen vervreemd raken van het evangelie.

Zouden wij dan ook niet bidden: “Geef ons meer geloof.!”

Toch moeten wij ons in het verband van Lucas 17 afvragen of dit verzoek van de apostelen juist was. Ja, op het eerste gezicht wel.

Maar zo is het niet. De vraag die de apostelen hier stellen is niet op zijn plaats.

Waarom dan niet?

Omdat de apostelen dachten dat de grootte of de hoeveelheid van het geloof belangrijk was. Als zij geen stand konden houden, dan zou dat aan de geringe mate liggen waarin God hen het geloof had geschonken. Maar daar komt Jezus tegen in het verweer, als Hij in het vervolg van Lucas 17 gaat vertellen over het geloof als een mosterdzaadje.

Daarmee wil Hij de apostelen leren dat ook een klein geloof tot grote dingen in staat is. Als zij maar al hun verwachtingen op Hem stellen.

Ook voor ons geldt dit. Het is tenslotte niet de vraag of wij een groot geloof of een klein geloof bezitten. De vraag is: hebben wij geloof?

Hebben wij lége handen die zich laten vullen door de genade van Christus? En zelfs een kruimeltje geloof – hoewel bij God veel méér te verkrijgen is – zal ons staande houden.

 

Ds. H. Dekker.