Archief

Meditatie 16 november 2020                                                Lezen: Psalm 59.

Het opschrift en de inhoud van deze Psalm en de inhoud van 1 Samuël 19 horen bij elkaar. David weet te ontsnappen aan de handen van Saul met medewerking van zijn vrouw, de dochter van Saul. Je zou kunnen zeggen: de Psalm volgt inhoudelijk de lijn van deze episode. Vergevingsgezindheid is ver te zoeken in deze Psalm. En dat stelt ons voor de vraag, levend in deze tijd: hoe zit dat eigenlijk? David komt er weer bovenop en zijn tegenstanders delven het onderspit. God als een burcht voor David en als een ravijn voor Saul en zijn trawanten? Dus God voor de koningskar van David gespannen? Kan dat? Mogen we deze Psalm zo lezen? En als we de lijn doortrekken en in de Psalmen de doodskreet model voelen staan voor mensen in nood….?

De Psalm reikt ons de grondtoon aan die boven deze tegenstelling uitgaat. Namelijk de God die lacht! Hij staat bóven Israël en de volken (vers 9). In het Joodse commentaar op deze Psalm van Samson Raphael Hirsch lees ik: ‘God spot met iedere gemeenschap die is weggezonken tot de diepte van geweld en misbruik van macht.’

Nu, dán pas krijgen we zicht op de God die een vaste burcht voor David wil zijn (vers 10). De lage aanval wordt gelukkig gevolgd in deze Psalm door een beweging omhóóg! Met andere woorden: uiteindelijk kunnen wij mensen op aarde ons niet zo gewichtig maken, dat God er niet om moet lachen. En op die hemelse lach is de burcht gebouwd. De vaste burcht. Of, zoals de Spreukendichter het zegt: ‘de Naam van de Heer is een machtige toren.’ In de Naam van de Eeuwige God is ons dus een onneembare vesting gegeven. Zijn Naam houdt ons staande. “Anderen vertrouwen op de macht van paarden en wagens, wij op de naam van de Heer, onze God.’(zie Psalm 20).

Dus de beweging omhoog die Psalm 59 doortrekt, is de roep omhoog naar de Naam van God. God is zo sterk als Zijn Naam is. Dus het gaat hier niet zomaar om: God voor ons en tegen hen. Nee, hier klinkt Góds stemgeluid boven alles uit. En leren we in verwondering zeggen en zingen: hoe vertrouwd en goed, klinkt mij Uw Naam in het oor, Uw Naam die mij geloven doet: Gij gaat mij reddend voor. In die Naam ligt dus ons behoud.

 

Lied van de week: Gez. 446.

 

Ds. H. Dekker.

 

Meditatie 9 november 2020                                                Lezen: Psalm 28.

In onze dagen zien velen God slechts als een hogere macht. Meer niet. Maar als je God zo ziet, hoe wil je dan dat Hij tot je spreekt? Als je geloof beperkt is tot de opmerking die ik nogal eens hoor: ja, ik geloof wel dat er iets is…hoe zou je het dan ooit in je hoofd kunnen  halen dat dit “iets” gaat spreken? Wat voor zin heeft het om zo te geloven?

Het unieke dat de kerk van vandaag van Israël geleerd heeft, is nu juist dat God spréékt. “Merk op mijn ziel, wat antwoord God u geeft! Hij spreekt gewis tot elk, die voor Hem leeft” zo zingt de oude berijming van Psalm 85 ons dan voor. De Bijbel heeft het dus over het spreken van de levende God. Maar wie Hem wil horen spreken zal de bereidheid moeten tonen om te luisteren. Net als in het dagelijks leven. Als je niet luistert, hoor je de ander ook niet spreken. Aan dat luisteren mankeert het nogal eens in ons leven. Wij spreken in ons bidden tot God. En dan o zo vaak in de zin van: luister Heer, want ik spreek tot U. Maar wie kent in zijn of haar geloofsleven déze regel: spreek Heer, ik luister?

De dichter van Psalm 28 is naar de tempel gegaan om te bidden. En hij hoopt van God antwoord te krijgen. Hij verlangt er naar dat hij iets mag vernemen van God, zodat hij weer verder kan. Wat gewéldig als je zo luisteren geleerd hebt wanneer je naar de kerk komt. Zou dan niet als vanzelf alle inhoudsloze babbeltaal verstommen, als we zo dicht bij God mogen zijn? Er worden soms heel wat woorden gesproken, over van allerlei zaken die ons bezig kunnen houden. Soms ook woorden vol van gemoraliseer en getheoretiseer.

Zullen we ons maar eens gaan oefenen om te proberen Góds stem te verstaan als we naar de kerk komen? Dan ben je niet voor niets in de kerk geweest. In Gods huis horen we de boodschap van redding en bevrijding. En daarom verlangen we ernaar dat we de kerkdiensten kunnen hervatten.

Zullen we het dan maar met die dichter mee belijden, zoals we het lezen in het slot van Psalm 28? De Heer is de kracht van zijn volk, een burcht van redding voor zijn gezalfde. En het gebed overnemen: red het volk dat U toebehoort. Zegen hen. Wees hun herder en draag het voor eeuwig. Troostvolle woorden die we naar ons toe mogen halen!

Lied van de week: Gez. 292: 1, 2

Ds. H. Dekker.

 

Meditatie  2 november 2020                                                    Lezen: Psalm 45.

De Psalm die we deze week overdenken is een bruiloftslied. Maar deze bruiloft is geen alledaagse, zoals wij die kennen. Nee, het gaat hier over een koninklijke bruiloft. Dat denken wij al gauw terug aan de bruiloftsbeelden van koning Willem-Alexander en koningin Maxima. En vooral denk ik dan aan de tranen van Maxima, bij het horen van de tango uit haar vaderland. De Psalm kent twee coupletten. In het 1e wordt de schoonheid van de bruidegom bezongen (in de verzen 1-10) en het tweede couplet bezingt het geluk van zijn geliefde. Een bijzonder lied dus te midden van alle andere Psalmen. Iemand heeft eens gezegd: deze Psalm is net zoiets als het Hooglied. Ook een wonderlijk en vreemd Bijbelboek te midden van de andere Bijbelboeken. Ja, dat begrijp ik wel als je Hooglied en deze Psalm wilt lezen als een gewoon liefdeslied. Maar zo heeft de kerk der eeuwen deze Psalm en ook het Bijbelboek Hooglied nooit verstaan. Al in de vroege kerk werd deze Psalm gezien als een verwijzing naar Christus. En net als het Hooglied in die zin uitgelegd. Bruid en bruidegom staan dan in deze Psalm en ook in het Bijbelboek Hooglied voor God en mens. Mijn bezwaar tegen deze uitleg is dat je al snel de neiging hebt om de eigenlijke tekst niet meer serieus te nemen. En daarom zeg ik in eerste instantie: deze Psalm én het Bijbelboek Hooglied gaan wel degelijk over de liefde en alle moois dat je daarbij bedenken kunt, inclusief de lichamelijke verrukking van de liefde. Dat gezegd hebbende ga ik graag mee met grote uitleggers van de Bijbel als Calvijn en Kohlbrugge die deze Psalm (uitsluitend) gelezen hebben als Christologische Psalm. Dus als een heenwijzen naar Jezus Christus, de Koning der Koningen. Immers, Jezus wordt in het Nieuwe Testament meer dan eens de Bruidegom genoemd. En Hij zegt het ook van Zichzelf. Hij vergelijkt Zijn Koninkrijk met een bruiloftsmaal. En de bruid is Zijn gemeente. In liefde aan Hem verbonden. De rijkdom van de koninklijke bruidegom uit deze Psalm is dus niet de pracht en praal, de schitterende gewaden en paleizen. Nee, zijn allergrootste schat is de bruid. De rijkdom van de gemeente van Christus is dat ze door Hem gekend en bemind wordt. “Om haar als bruid te werven, kwam Hij ten hemel af, Hij was het, die door Zijn sterven, aan haar het leven gaf.”

Als dát geen feestvreugde is….!

Lied van de week: Gez. 460: 1, 4

Ds. H. Dekker.

 

Meditatie  26 oktober 2020                                              Lezen: Openbaring 6.

Het oordeel over deze wereld komt op gang zodra het Lam (Christus) de boekrol genomen heeft en het eerste zegel daarvan verbreekt. In de meditatie van vorige week hoorden wij over die boekrol. Ruiters zien we. Te beginnen met die witte ruiter die een zegekrans draagt. Zullen we niet al te veel gaan speculeren? Is Hij het niet die zal oordelen in gerechtigheid? Als het boek Gods zich gaat ontrollen in deze wereld trekt Hij aan het hoofd van de stoet. Overwinnende Overwinnaar! Vier paarden trekken aan onze ogen voorbij. Met nare gevolgen: oorlog, honger, dood en verderf. Maar laten we de voorste ruiter in het oog houden! Hij rijdt voorop. Zijn pijlen treffen diep, zoals eens bij Saulus die Paulus werd op weg naar Damascus (Hand. 9). Waarom? Omdat de overwinning bij voorbaat aan Hem is! De gang van het Evangelie wordt hoe dan ook een zegetocht. ‘Hij trok op om te overwinnen, de overwinning tegemoet,’ lezen we vandaag. Daarmee mogen wij overigens niet zomaar elke oorlog goed praten, als hij maar kan dienen om het Evangelie voortgang te laten hebben, of de gewetensvrijheid te beschermen. Ik zou in dit verband willen zeggen: Aandachtig lezen wat er staat is altijd heel belangrijk bij het Bijbellezen. Maar dat geldt zéker vandaag. In vs. 9 horen wij over het altaar. Om welk altaar gaat het hier? Je zou misschien denken: het hemelse altaar. Maar dan wordt de uitleg wel heel erg moeilijk. Want dan zouden ze in de hemel nog roepen om wraak over het vergoten bloed hier op aarde. Nee, dat is niet mogelijk. Laten we bedenken dat wat zich hier afspeelt bij het verbreken van de zegels op aarde geschiedt. We zien geen nieuw paard bij het verbreken van het vijfde zegel. Onze aandacht wordt getrokken naar hen die zijn aan de voet van het altaar. De gemeente van Christus op aarde dus, die dit alles niet aanschouwt vanuit een ivoren toren, maar er midden in staat! Ze maakt het mee, heeft er deel aan. En laten we niet doen alsof ons iets vreemds overkomt. Had Jezus niet gewaarschuwd? (Mat. 24).

Ds. H. Dekker.

Lied van de week: Gez.303: 1, 3, 4.

 

 

Meditatie 19 oktober 2020                   Lezen: Openbaring 4: 1, 2 en Openbaring 5: 1-14

Nadat wij gehoord hebben over de Afzender (hoofdstuk 1 ) en de geadresseerden (hoofdstuk 2 en 3) begint in hoofdstuk 4 de inhoud van de beloofde Openbaring van Jezus Christus. De eigenlijke strijd wordt ons hier nog niet getekend. Dat komt vanaf hoofdstuk 6. Maar eerst krijgt Johannes hier en in hoofdstuk 5 de achtergrond te zien van de grote en felle strijd tussen Christus en Satan. Een open deur ziet Johannes. Was in Gen. 3 de toegang versperd naar de levensboom (3: 24), hier is de deur ópen! Zei Jezus het niet: ‘Ik ben de deur’ (Joh. 10:9). En dat wordt hier bevestigd. Johannes mag het zien in een visioen. Is dat hetzelfde als een droom? Velen denken dat. Maar ik zou zeggen: het is méér dan dat. Het is een wakende toestand waarin het bewustzijn blijft functioneren. En in die staat van bewustzijn mag Johannes heel ongewone dingen zien en horen. Johannes mag een blik slaan in de hemel. Door die open deur naar binnen kijken. Gespannen blijft Johannes staren, want wat is er veel te zien in de hemel. Of moet ik zeggen: veel te lezen? Want Johannes ziet een boekrol. Notabene aan beide kanten beschreven. Zoals wij tegenwoordig dubbelzijdig kopiëren. Maar zoiets had Johannes nog nooit gezien. Een boekrol vól met de geschiedenis van de wereld, vól met Gods plannen. Maar wie mag die boekrol openen? Wie kan God het vertrouwen schenken? De mens, als heerser van de schepping misschien? Geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God! Ja…maar wat is daarvan terecht gekomen? De mens heeft het vertrouwen beschaamd. En nu? Ik lees in vers 3: ‘er was niemand…die de boekrol kon openen.’ Johannes moet ervan huilen. Tranen wellen op in zijn ogen. Niemand? Ja, toch…! Eén! En de huilende apostel Johannes wordt getroost door één van de oudsten die hij zien mag. Huil niet, Johannes, want zie: Hij is hier: Het Lam! Hij is waardig bevonden de boekrol te openen.

Ds. H. Dekker.

Lied van de week: Gez. 109: 1, 3

 

Meditatie  12 oktober 2020                              Lezen: Openbaring 2: 1-8

 

Na de inleiding in het eerste hoofdstuk volgen in het tweede en derde hoofdstuk van het Bijbelboek Openbaring de brieven aan de zeven gemeenten. Wat me allereerst opvalt is de aanhef van al deze brieven. ‘Schrijf aan de engel van …’ Wie is dat? Moeten we denken aan wat wij een beschermengel noemen? Maar ik kan nergens terugvinden in de Bijbel, dat God voor iedere gemeente een bijzondere bescherm–engel aangesteld heeft. Dat lijkt me volksgeloof dat niet Bijbels te funderen valt. Te denken valt hier dus aan degene die als hoofdopdracht heeft het onderricht aan de gemeente te geven. Niet dat ik bedoel te zeggen dat dominees engeltjes zijn, begrijpt u mij goed alstublieft. Maar het gaat hier om de bode van Christus, die de gemeente mag onderwijzen in de wegen van de HEER! Zodat hij/zij maar niet kan vertellen wat hem/haar invalt of te binnen schiet. Nee, hij/zij heeft een Goddelijke opdracht te vervullen als vertegenwoordiger van Jezus Christus.

De 1e brief is dan aan de gemeente in Smyrna. Dat was bepaald niet vanzelfsprekend dat  daar een gemeente van Christus was, want Smyrna was een rijke, welvarende stad. En ondanks die rijkdom zijn ze arm, lezen we in Openbaring 2. Dat heeft te maken met de scherpe vervolging van de christengemeente. Smyrna wordt voorbeeld van de lijdende kerk. Kerk onder een zwaar juk. Kerk in verdrukking, we kennen het tot in onze dagen toe. En wij hier in Nederland beseffen, nu wij in coronatijd leven en vele kerken opnieuw enige weken gesloten  zijn, wat een groot voorrecht het is als we iedere zondag in alle vrijheid naar de kerk kunnen gaan. Soms vraag ik me wel af: hoe lang nog? Maar als ik kijk naar andere landen in deze wereld besef ik maar al te goed: wat zijn we nog bevoorrecht boven vervolgde christenen in deze wereld. Heer, laat ze rijk mogen zijn in het geloof, bid ik dan. (zie Jak. 2:5). Zullen ook wij op de proef gesteld worden in de tijd die komt? Voor een korte, of misschien zelfs langere tijd? Laten we trouw blijven: achter Jezus aan.

Ds. H. Dekker.

Lied van de week: Gez. 441: 8, 12.

 

Lezen: Openbaring 1

Nu wij opnieuw middenin de corona crisis zitten na enkele maanden van betrekkelijke rust is het goed om ons te richten op het Koninkrijk. In alle gebeurtenissen van dit rampjaar 2020 zien wij de naderende voetstappen van Hem die is en was en komen zal. Onze Heer en Heiland. Hij komt terug op de wolken van de hemel, zegt de Bijbel, en elk oog zal Hem zien. Vanuit onszelf verlangen wij niet naar die wederkomst. Slechts de Heilige Geest kan ons dat verlangen leren. Zodat wij niet hechten aan de dingen die beneden zijn maar ons richten op wat boven is, niet wat op aarde is. (zie Kolossenzen 3: 2). Vandaar dat ik koos om in deze weekbrief het Bijbelboek Openbaring open te slaan. Maar als we ons willen bezighouden met dit laatste Bijbelboek, is het allereerst nodig om ons te realiseren dat we dit Bijbelboek niet kunnen beschouwen als een boek met toekomstvoorspellingen. Dat heeft in de kerkgeschiedenis al te veel geleid tot vruchteloze speculaties en dan ga je voorbij aan de eigenlijke bedoeling van dit Bijbelboek. Maar hoe dan? Wat kan dit Bijbelboek ons vandaag bieden als we het lezen en overdenken in dit jaar dat gestempeld wordt door de corona crisis? Ik hoop en bid: troost en bemoediging. En eveneens hoop ik dat we de oproep tot bekering en volharding die erin weerklinkt zullen horen. Dán kan dit Bijbelboek dat door zo velen als raadselachtig wordt gezien ook werkelijk een openbaring voor ons worden. En daar gaat het om. Laten we proberen te luisteren naar wat de Geest ons te zeggen heeft. Het is de apostel Johannes die dit Bijbelboek mag aankondigen als verkondiging van het Woord van God. Als getuigenis van Jezus Christus. De apostel die altijd zo dicht in de nabijheid van Jezus was en zichzelf de leerling noemt die Jezus liefhad, is in zwaar weer terecht gekomen. Hij is verbannen naar het eiland Patmos. ‘Ik, Johannes,’ zegt hij nu. Nooit noemde hij in het evangelie zijn eigen naam, zelfs niet na de opstanding (zie Joh. 20: 2), maar nu wél! Nu mogen de gemeenten voor wie hij schrijft weten dat hij het is die de openbaring ontving om dóór te geven. Er klinkt iets van verwondering in door: ik, Johannes… mag het aan jullie doorgeven. We horen, zou ik willen zeggen, de echo van Psalm 25: ‘’t Heilgeheim wordt aan zijn vrinden, naar zijn vreêverbond getoond.’ 

 

Ds. H. Dekker.

 

Lied van de week: Gez. 231: 3, 4.

 

 

MEDITATIE.          

                                                                                   Lezen: Psalm 43.

Deze Psalm is een gebed en wordt door de meeste uitleggers gezien als een voortzetting van Psalm 42. Dat zal ook komen omdat deze Psalm geen opschrift heeft en geen enkele aanwijzing over wie de dichter is. Dus mogen we er van uitgaan dat deze Psalm, net als de vorige en de volgende een lied van de Korachieten ( de tempelzangers) is.

Belangrijker dan dit te weten is de inhoud van dit gebed. Het wordt een heel persoonlijk gebed, alsof niet de tempelzangers maar een individuele dichter dit gebed uitgesproken heeft. `Verschaf mij recht, o God.` De vijanden omringen ons. Nu…ik zeg het nóg maar eens: er is niets nieuws onder de zon. Antisemitisme en discriminatie, geweld, terreur, ze schijnen niet uit te bannen te zijn in deze wereld. Wij leven in een bewogen tijd. Ook een tijd die gekenmerkt wordt door intolerantie naar een asielzoeker, anders denkende, anders geaarde, enzovoort. Het wij / zij gevoel wordt aangewakkerd door populistische partijen en helpt ons echt geen steek verder.

Laten we het voorbeeld van die Korachieten volgen, zou ik zeggen. En God aanroepen, voortdurend aanroepen. O God, verschaf recht op deze aarde. Bescherm ons te midden van de pandemie die over ons is gekomen en te midden van terreurdreiging en extremistisch geweld.

We hebben jaren achter ons liggen waarin gesproken werd over `de maakbare samenleving`. Hoe dom kun je zijn! Van harte hoop ik dat heel de Coronacrisis ons dát in ieder geval heeft geleerd!

De Psalmdichter bidt verder of God hem alsjeblieft in de waarheid wil leiden. Zend Uw licht en waarheid, Heer, laat die mij geleiden. Niet ons eigen zogenaamde verlichte verstand brengt ons verder. Mensen zijn soms verblindt door eigen gedachtengoed en/of ideologie. En onze eigen waarheid kan zomaar leiden tot fanatisme/extremisme en broederstrijd.

De Psalm heeft het over Góds licht en over Zijn waarheid. Door zó te bidden, stel je je onder Gods leiding. ´Wie zich door God alleen laat leiden, enkel van Hem zijn heil verwacht, weet Hem nabij, ook in de tijden die dreigend zwart zijn als de nacht´, zo dichtte Georg Neumark en ds. Sytze de Vries vertaalde het zo prachtig voor ons als Lied van troost en bemoediging: (Lied 905 uit het Nieuwe Liedboek).

Met andere woorden: wie bidt om Gods licht en waarheid, om Zijn leiding in ons leven, moet ook bereid zijn zich door Hem te laten leiden!

Ds. H. Dekker.

 

Lezen: Psalm 23.

De meest bekende psalm uit de Bijbel ligt voor ons. Kan een dominee daar ooit nog iets nieuws over zeggen? Vele malen is deze psalm berijmd. En als ik alle boeken en preken zou tellen die over deze psalm geschreven zijn, zou ik ongetwijfeld de tel kwijt raken. Deze psalm tekent het leven. Niet als een idyllisch plaatje van een zwervende herder met zijn schapen in Drenthe. Nee, wij moeten hier uiteraard aan het woestijnlandschap van het Midden-Oosten denken. Met een brandende zon boven je en de harde grond onder je voeten. De dichter laat ons zien dat het leven hier op aarde vaak zo heel anders is dan je je voorgesteld had. Nu, dat beseffen ook wij opeens met de corona crisis waar wij middenin zitten. Er zijn dalen. Soms heel diepe. Ze lopen dwars door je leven heen. Ze lopen nu dwars door het jaar 2020 heen, dat ongetwijfeld als een rampjaar de geschiedenisboeken ingaat. En waar blijf je dan? Waar ben je dan? Waar kun je terecht? Waar vind je houvast? Wie is je steun? Waar is kracht om verder te gaan? Nu, daar gaat het over in deze Psalm. Door David geschreven. Zelf jarenlang herder geweest. Maar ook schaap, zou ik willen zeggen. En herder die zichzelf leert zien als een schaap van de Goede Herder. Prachtig! Weet u: het is in de Bijbel niet de vraag óf God onze Herder wil zijn. Maar of wij schaap willen zijn. Afhankelijk en levend vol overgave. Mag Hij ons leven leiden? Achter Hem aan gaan, daar draait het om. Nee, de weiden zijn niet altijd groen in het leven. En we ervaren dat heel in het bijzonder toch in deze crisistijd. Toch zegt David: Hij laat mij rusten in groene weiden. Is dat voor ons als gemeente niet het volbrachte werk van Christus? Jezus heeft met Zijn doorboorde handen een weide gemaakt voor onze ziel. Daarom: nestel u maar stevig in Zijn liefde, want daar vindt u rust. Wat zal er omgaan in zo’n herder als hij de schapen vredig ziet uitrusten in het gras? Onze Grote en Goede Herder is blij als u bij Hem komt en rust bij Hem vindt! Zelfs als ik moet gaan door een dal van diepe duisternis, het dal van de schaduw van de dood. Dan nóg….Uw stok en Uw staf vertroosten mij, lees ik. Is het dat éne lied misschien dat u aansprak in een kerkdienst? Of dat ene zinnetje uit de preek? Hou het vast. Neem het mee. En hoor erin het tikken van de stok en staf van de Goede Herder die u roept tot een leven dicht bij Hem. En dan kunt u ook meezingen met het einde van deze psalm, dat spreekt over het thuiskomen van de schapen. Ik keer terug in het huis van de Heer, tot in lengte van dagen. Schapen van de Goede Herder mogen weten: we komen Thuis. En we hebben een Thuis. Streef dan naar wat Boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat Boven is, niet op wat op aarde is. (Kolossenzen 3: 1B, 2). Een mooie les in crisistijd, zou ik denken.                                                  

Ds. H. Dekker.

 

 

 

 

Meditatie.

                                                           Maar één van de soldaten stak een lans in Zijn zij
                                                           en meteen vloeide er bloed en water uit.

                                                                             Johannes 19: 34.

 

Middenin de lijdensweken treft ons allen een virus, waardoor het dagelijks leven ontwricht is en wij elkaar niet kunnen ontmoeten in de wekelijkse kerkdienst. En de omvang van dit gebeuren kunnen wij nog nauwelijks bevatten.

Maar als kerkgemeenschap zoeken we troost en kracht in het Evangelie. In deze weken laten we ons troosten door het lijden van Christus.

Johannes laat zijn blik gaan over de bijna verlaten heuveltop van Golgotha. De avondschemer valt. De mensen zijn weggegaan. De soldaten zijn inmiddels met hun werk begonnen. Ze moeten zeker weten dat Jezus gestorven is. En ze nemen geen halve maatregelen, getuige het tekstwoord hier boven.

U denkt misschien: waarom was dat nu nodig? Weten die soldaten wel met Wie ze bezig zijn?

Het is toch duidelijk dat Hij de zoon van God is, en dan nog Zijn hart doorsteken met een lans? Maar ook dát hoort bij het openen van Gods Vaderhart voor ons, om zó onze zonden voorgoed af te wassen.

Bloed en water, zegt Johannes. Nee, dat vergeet hij nooit. Hij zag het zelf. Ze zijn aanduidingen van een bepaalde werkelijkheid. En van het zekere weten dat Jezus niet schijndood geweest is.

Het bloed is de aanduiding van de verzoening. Zo alleen wilde God zijn genade tonen. Zonder bloedstorting geen vergeving. Zo had God het bepaald in het Oude Testament.

En wie het bloed plengde bij het brengen van de offers, moest ook zelf gereinigd zijn. Gereinigd met het water.

Water en bloed. In Christus krijgt dit alles een nog veel diepere betekenis. Krijgt het zijn vervulling.

Dit is zo beschreven door Johannes, opdat wij zouden weten dat hier de bloedstorting in de volle zin van het woord heeft plaatsgehad. In het bloed van deze Gekruisigde worden schulden vrijgesproken.

Nu zegt God tot allen die achter het bloed van de Heiland leerden schuilen in hun leven: u bent vrijgesproken op grond van het verzoeningswerk van mijn Zoon. Ik neem u aan zoals u bent. Vergeving en verlossing geef Ik u. Omdat Hij het verdiend heeft. De prijs is betaald.

Christus bloed spreekt schuldigen vrij. En zo krijgt ons leven doel, zin, inhoud en toekomstperspectief, in welke crisis wij dan ook verkeren.

Want met de lijdensweken en de Goede Vrijdag is het niet afgelopen. We gaan Pasen vieren. Jezus leeft. En we verwachten zijn wederkomst. “Hij komt, elks oog zal Hem dan zien, ook die Hem heeft doorsteken! (Gz. 231)

Ze zullen Hem zien. Iedereen. Dat is de blijdschap van Zijn gemeente, die hier op Hem wacht.

Jezus. De Man van smarten op de Goede Vrijdag. Maar ook: de Vorst van Pasen. Hij komt terug op de wolken.

Ja, halleluja, ja Hij komt!

Juicht, mensen, englen, samen.

Juicht met een vreugd, die ’t al verstomt,

Juicht allen! Amen, amen!

Ds. H. Dekker.

 

 

Meditatie.

                          Want ook de Mensenzoon is niet gekomen                                                                               om gediend te worden, maar om te dienen en
                           Zijn leven te geven als losgeld voor velen.

                                                                          Marcus 10: 45.

 

Twee trouwe leerlingen van Jezus vragen aan Hem, of ze straks ereplaatsen mogen hebben
in Zijn Koninkrijk. Ze willen zogezegd medezeggenschap hebben over het beleid van Zijn Koninkrijk.
Hij is Koning, ja dat erkennen ze wel. Maar zij als Zijn meest trouwe volgelingen dan toch wel graag minister president en vice minister president..
In alle koninkrijken van de wereld hebben machthebbers het voor het zeggen, zegt Jezus. Maar zo gaat het niet in het Koninkrijk . Daar gelden ándere wetten. “Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen.” (vs. 43).
En dan wijst Jezus op zichzelf. Hoe ook Hij gekomen is als dienaar. Om te dienen. Die drie woorden omvatten nu precies het héle leven van Jezus. Het dienen heeft Zijn hele leven hier op aarde bepaald.
Hij dient de mensen met Zijn liefde, met Zijn kracht, met Zijn wonderen, met Zijn troost. Weet u waar we dat vooral in zien? In Zijn ruimschootse uitdeling van schuldvergeving. Nooit doet iemand tevergééfs een beroep op Hem. Nooit zegt Jezus: nee hoor, u kan ik niet helpen. Of: uw zonden zijn te groot om vergeven te worden.
Nee, dat zult u nergens in de evangeliën aantreffen. Altijd is Hij met ontferming bewogen. Altijd bereid om u te dienen.
En wat toen gold, geldt ook nu. Nog is Hij dienend bezig. Door Zijn Woord en door Zijn Geest. Door middel van de verkondiging die u zondag aan zondag kunt horen wil hij u/jou/mij dienen. Iedere keer als u daarmee in aanraking komt, klinkt het u tegen: zie hier ben Ik; om u te dienen.
Christus diende! En dat blijft niet alleen beperkt tot Zijn leven hier op aarde. De tekst uit Marcus 10 wil er op wijzen, dat dit dienen verder ging dan Zijn leven alleen. Vooral het slot van vs. 45: “en Zijn leven te geven als losgeld voor velen.”
Ook Jezus sterven was dus dienen. Op Golgota vloeit Zijn bloed voor velen. Daar gaf hij Zijn leven.
Hoe? Als losgeld zegt de tekst voor deze meditatie. Bij dat woord losgeld moet u denken aan krijgsgevangenen die door de koning teruggekocht moesten worden van de vijand. En vaak betaalden vorsten daar véle, vele goudstukken voor om hun onderdanen los te kopen.
Maar de Heiland kocht ons niet vrij met Zijn portemonnee, als ik het zo zeggen mag.
Nee. De prijs was nog veel hóger. Het kostte hem Zijn bloed. De állerhoogste prijs wilde Hij voor ons betalen.
Voor velen, zegt de tekst. Dat is Gods welmenend aanbod dat uitgaat in deze wereld. Velen. Dat betekent dat we ons nooit behoeven af te vragen of die losprijs wel toereikend was voor ons. Nee. Die prijs was hoog genoeg voor mensen van álle tijden!

Ds. H. Dekker.

 

Toen zeiden de apostelen tegen de Heer:
“Geef ons meer geloof!”

Lucas 17:5

 

In ons gebed leggen wij God vaak veel vragen voor. Wie ziek is bidt om genezing. Wie het moeilijk heeft in het leven vraagt om uitkomst. Het gebed is ademhalen van de ziel, wordt wel eens gezegd. Met andere woorden: wie niet bidt haalt geen adem. Dan leef je niet echt…

De leerlingen van Jezus vragen Hem om meer geloof. Met die vraag zijn ze aan het juiste adres. Want wie anders kan ons geloof doen toenemen, dan Hij? Alleen bij Hem zijn woorden van eeuwig leven!

Hoe zijn die leerlingen van Jezus eigenlijk tot hun gebed gekomen? Ik denk, omdat ze ontdekt hadden, dat hun geloof maar klein was. En zo vragen ze dan gezamenlijk om méér! Ons, staat er in Lucas 17:5. Nu neem ik maar aan dat één van de leerlingen de woordvoerder is geweest. Maar hij doet dit gebed (verzoek) voor hen allemaal. Nee, geen Petrus die boven de anderen uit wil steken en zegt: meer geloof heb ik niet nodig, want ik heb al een groot geloof. Nee, niets daarvan. Laten wij hierin niet groot van onszelf denken, alstublieft.

De apostelen zullen best opgezien hebben tegen de taak die hen wacht in deze wereld. En straks zullen ze om de boodschap van het evangelie verdrukking lijden. Zal hun geloof dan tegen de moeiten en zorgen bestand zijn? Zullen zij vanwege vanwege hun kleine geloof het er dan niet bij laten zitten?

Ik denk: wij ervaren allemaal wel eens hoe moeilijk het is om staande te blijven in het geloof. Zeker nu wij leven in een tijd dat zovelen vervreemd raken van het evangelie.

Zouden wij dan ook niet bidden: “Geef ons meer geloof.!”

Toch moeten wij ons in het verband van Lucas 17 afvragen of dit verzoek van de apostelen juist was. Ja, op het eerste gezicht wel.

Maar zo is het niet. De vraag die de apostelen hier stellen is niet op zijn plaats.

Waarom dan niet?

Omdat de apostelen dachten dat de grootte of de hoeveelheid van het geloof belangrijk was. Als zij geen stand konden houden, dan zou dat aan de geringe mate liggen waarin God hen het geloof had geschonken. Maar daar komt Jezus tegen in het verweer, als Hij in het vervolg van Lucas 17 gaat vertellen over het geloof als een mosterdzaadje.

Daarmee wil Hij de apostelen leren dat ook een klein geloof tot grote dingen in staat is. Als zij maar al hun verwachtingen op Hem stellen.

Ook voor ons geldt dit. Het is tenslotte niet de vraag of wij een groot geloof of een klein geloof bezitten. De vraag is: hebben wij geloof?

Hebben wij lége handen die zich laten vullen door de genade van Christus? En zelfs een kruimeltje geloof – hoewel bij God veel méér te verkrijgen is – zal ons staande houden.

 

Ds. H. Dekker.

  

Geloven in de opstanding.

Met Pasen in de rug en op weg naar Pinksteren mag in de kerk de vraag klinken: welk houvast ligt er nu in het geloof dat er een opstanding uit de doden is? En vanuit de belijdenissen van de kerk mag het antwoord daarop zijn: de grens van de dood is niet absoluut, maar achter die grens ligt een nieuw land. God gaat voltooien wat onaf is gebleven. Met de Apostolische Geloofsbelijdenis zeggen we: ik geloof de wederopstanding van de doden. Dat betekent: er is hóop. God laat het werk van Zijn handen niet los. De Heidelberger Catechismus leert ons: mijn lichaam zal aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijk worden. Wat dat is, is haast niet in woorden uit te drukken. Een verheerlijkt lichaam. Daar zit het woord eer in. We zullen in ons lichaam weer de eer dragen die God heeft bedoeld met Zijn schepping. Een hart heeft dat lichaam. Maar dan een hart dat van énkel liefde klopt. En bij dat lichaam hoort een mond. Een mond die vooral Gods lof bezingt. Een mond waaruit geen wanklank meer voortkomt. Het is ook een lichaam waaruit álle sporen van lijden zijn weggewist. Ogen stralen helder, rimpels en groeven zijn weggestreken. Het kwaad, in welke vorm dan ook, is er definitief uit verwijderd.

Misschien klinkt het u allemaal als fantasie in de oren. En u denkt: hoe kun je dat geloven? Ik zal u eerlijk zeggen: ik heb er geen bewijzen voor. En wat ik zie op het kerkhof en in het crematorium weerspreekt mijn geloof. Maar is er dan niets van te zien voor ons mensen? Jawel, één ding, naar ik meen. En dat is dat éne open graf van de Paasmorgen. Het graf van Jezus. Dáárin ligt nu mijn geloof in de opstanding verankerd. De opstandingskracht van Christus breekt door alle grenzen heen. Zelfs door die absolute grens. Eens als de bazuinen klinken, zingt dat bekende lied ons voor, zal Christus de doden terughalen. En dan mogen we aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijk wezen. Kan ik dat begrijpen? Nee. Maar dát is nu gelóófswerkelijkheid. Nu komt het dus aan op geloof. Geloof alleen!

De dood is niet zo machtig, dat hij ons uit Christus hand kan rukken. Dan mag de troost zijn voor allen die worstelen met levensvragen rondom de dood. Ik geloof in die doorboorde Handen, die ons vasthouden. Voor eeuwig!

Ds. H. Dekker. 

 

 

Overdenking Lijdenstijd. 

                                                           Want ook de Mensenzoon is niet gekomen
                                                           om gediend te worden, maar om te dienen en
                                                           Zijn leven te geven als losgeld voor velen.
                                                                                               Marcus 10: 45.

 

Twee trouwe leerlingen van Jezus vragen aan Hem, of ze straks ereplaatsen mogen hebben
in Zijn Koninkrijk. Ze willen zogezegd medezeggenschap hebben over het beleid van Zijn Koninkrijk.

Hij is Koning, ja dat erkennen ze wel. Maar zij als Zijn meest trouwe volgelingen dan toch wel graag minister president en vice minister president..

In alle koninkrijken van de wereld hebben machthebbers het voor het zeggen, zegt Jezus. Maar zo gaat het niet in het Koninkrijk . Daar gelden ándere wetten. “Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen.” (vs. 43).

En dan wijst Jezus op zichzelf. Hoe ook Hij gekomen is als dienaar. Om te dienen. Die drie woorden omvatten nu precies het héle leven van Jezus. Het dienen heeft Zijn hele leven hier op aarde bepaald.

Hij dient de mensen met Zijn liefde, met Zijn kracht, met Zijn wonderen, met Zijn troost. Weet u waar we dat vooral in zien? In Zijn ruimschootse uitdeling van schuldvergeving. Nooit doet iemand tevergééfs een beroep op Hem. Nooit zegt Jezus: nee hoor, u kan ik niet helpen. Of: uw zonden zijn te groot om vergeven te worden.

Nee, dat zult u nergens in de evangeliën aantreffen. Altijd is Hij met ontferming bewogen. Altijd bereid om u te dienen.

En wat toen gold, geldt ook nu. Nog is Hij dienend bezig. Door Zijn Woord en door Zijn Geest. Door middel van de verkondiging die u zondag aan zondag kunt horen wil hij u/jou/mij dienen. Iedere keer als u daarmee in aanraking komt, klinkt het u tegen: zie hier ben Ik; om u te dienen.

Christus diende! En dat blijft niet alleen beperkt tot Zijn leven hier op aarde. De tekst uit Marcus 10 wil er op wijzen, dat dit dienen verder ging dan Zijn leven alleen. Vooral het slot van vs. 45: “en Zijn leven te geven als losgeld voor velen.”

Ook Jezus sterven was dus dienen. Op Golgota vloeit Zijn bloed voor velen. Daar gaf hij Zijn leven.

Hoe? Als losgeld zegt de tekst voor deze meditatie. Bij dat woord losgeld moet u denken aan krijgsgevangenen die door de koning teruggekocht moesten worden van de vijand. En vaak betaalden vorsten daar véle, vele goudstukken voor om hun onderdanen los te kopen.

Maar de Heiland kocht ons niet vrij met Zijn portemonnee, als ik het zo zeggen mag.

Nee. De prijs was nog veel hóger. Het kostte hem Zijn bloed. De állerhoogste prijs wilde Hij voor ons betalen.

Voor velen, zegt de tekst. Dat is Gods welmenend aanbod dat uitgaat in deze wereld. Velen. Dat betekent dat we ons nooit behoeven af te vragen of die losprijs wel toereikend was voor ons. Nee. Die prijs was hoog genoeg voor mensen van álle tijden!

 

Ds. H. Dekker.

 

2019

Er is weer een nieuw jaar aangebroken .

En dan is het tijd om vooruit te kijken. Misschien wel met goede voornemens. Of zijn die inmiddels al weer gesneuveld? In ieder geval wensen we elkaar een gezegend nieuw jaar toe. Ja, elkaar een gezegend nieuw jaar toewensen. Want dat is altijd maar  weer afwachten. De ervaring vanuit het verleden leert dat dát niet altijd vanzelfsprekend is. “In het verleden behaalde resultaten vormen geen garantie voor de toekomst”, zeggen we dan altijd.

Je kunt je inderdaad de vraag stellen: Wat staat ons te wachten in het komende jaar? Want we kunnen niet vooruit kijken en voorspellen!

En dat maakt onzeker. Maar aan de andere kant hebben we ons er maar bij neer te leggen. Zonder iets af te willen doen van onze eigen verantwoordelijkheid die we als mensen hebben! En dat is misschien ook wel het beste. En daarbij mogen we er wel aan toevoegen: de Heer zal er wel in voorzien. Zo is het tenslotte ook nog eens.

Zo mogen we het komende jaar dan ook tegemoet zien. De Heer heeft Zijn plan, ook voor dit jaar, al klaar liggen. En we zullen wel merken wat God van ons vraagt. Het doel van de reis door het leven is wel bekend. Dat doel is: De nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En dan kun je je afvragen: Hoe lang duurt onze reis nog? Zijn we er al bijna of duurt het nog wel even? En hoe is onze houding tijdens de reis die voor ons ligt? Zetten we onze stoel nog even in ligstand of blijven we alert?

Dat zijn niet alleen onze vragen van nu hoor. Die vragen zijn er altijd al geweest.

Heel dikwijls wordt ons, christenen, dan voor de voeten geworpen: “Jullie wachten op de wederkomst van de HEER? Waar blijft Hij met al zijn beloften? Wij zien er nog weinig van?” Het is dan moeilijk om daar zo één, twee, drie een antwoord op te geven.

Maar als ik dan in mijn Bijbel lees dan krijg ik toch wel antwoorden op die vragen. Want, zegt de Bijbel, de Heer komt Zijn beloften echt wel na, hoor!

Psalm 90 zegt het zo: Duizend jaar zijn in uw ogen als de dag van gisteren die voorbij is, niet meer dan een wake in de nacht.

Wij zijn vaak ongeduldig, maar de klok loopt bij God op een heel andere manier dan bij ons. Met andere woorden: De God van de beloften komt zijn beloften waar maken, al duurt het in onze ogen erg lang.

En dan nog dit. Niet wij wachten zozeer op God! Maar eerder wacht God op ons! Elke dag dat we leven op deze aarde, betekent voor God een enorm geduld en een wachten tot  wij ons bekeren. Ja, God wacht en dat is zijn geduld met ons.

Voor het komende jaar betekent dat: We krijgen weer een jaar waarin we geroepen worden te leven met God. Daar komt het op aan. Als we het komende jaar gespaard zullen worden en de Heer ook in het komende jaar niet terug zal komen, laten we dan die gegeven tijd gebruiken om met Hem te leven.

Genoeg werk te doen dus in het jaar van de Heer, het jaar 2019.

Maak gebruik van het geduld van God.
Drs. E. Akkerman-Emmen

 

“Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.” Lucas 2: 14
 Het lijkt bijna naïef om nog in de kerstboodschap te geloven: Vrede op aarde .
Een lied door engelen gezongen.
Als je al geen moeite hebt met het verschijnsel engelen, dan is het wel met de tekst
Een tekst die je vandaag de dag een gevoel van onbehagen kan bezorgen.
De wereld staat - en niet voor het eerst - in brand. Oorlogen, geruchten van oorlogen, aanslagen, onrust onder de bewoners van deze aarde, zijn zaken die er niet om liegen.
Maar wij blijven in deze tijd rond de Kerstdagen hardnekkig zingen van “engeltjes die door het luchtruim zweven en aan de herders het lied van de vrede op aarde zingen”.
Dát was toen. Bij de geboorte van Jezus.
Maar wat we nu horen is het geluid van raketaanvallen en bommen. Geen engeltjes!
Ja, waarom willen mensen in deze tijd het verhaal en de belofte van de vrede toch telkens weer horen? De kerken zitten immers, met name op de kerstavond, over het algemeen bomvol. Wat maakt het Kerstverhaal nu dan zo onverslaanbaar?
Het verhaal begint bij Maria als ze hoort dat ze moeder van een kind wordt. Een kind dat de wereld voorgoed zal veranderen. “Hoe zal dat gebeuren”, is dan haar vraag.
En dat is een vraag van alle tijden. Hoe kan zoiets werkelijk bestaan. Vrede op aarde, wordt dat nog iets? Zit dat er in dan? Heil en zegen, toekomst en vrede?
Geen geweld? Maar hoe dan?
Merkwaardig genoeg is het antwoord op al die vragen even eenvoudig als verbijsterend.
“Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest”,  zegt de HERE der heerscharen. (Zacharia 4: 6)
Geweldig, die woorden van geweldloosheid, denk je dan.
Dat is nu eindelijk eens andere taal dan de spierballentaal van de leiders van de wereld. Die gebruiken woorden als ‘krachtig ingrijpen’.
“Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest”, zijn woorden die een mens doen opleven.
Ja maar, het recht van de sterkste, zal dat dan ooit ontmaskerd worden als onrecht?
Ja zeker wel!
Als we Jesaja, Micha, Amos en vele anderen in de Bijbel - en niet in de laatste plaats Jezus Christus zelf - mogen geloven, zeker wel!
Welnu, misschien hebben we daarom en daarvoor juist wel het Kerstverhaal nodig.
Ook al lijkt alles tegen te spreken en is het verre van vanzelfsprekend.
Hardnekkig blijven we geloven in God die de wereld verlost uit de verlammende greep van het kwaad.
Ja zeker: Eens zal het vrede zijn.

Drs. E. Akkerman

 

 

“De Heer zal je steeds beschermen, het kwaad zal je niet raken” Psalm 121: 7 – Bijbel in Gewone Taal

Met de televisiebeelden van de aanslagen, de oorlogen en de natuurrampen in de wereld op het netvlies probeer ik elke keer het gewone ritme van alledag te vinden.

En dat lukt soms maar moeilijk. En daarbij is bovenstaande tekst maar niet uit mijn gedachten.

Het is een tekst uit Psalm 121. Deze Psalm is een bedevaart lied. De persoon die aan de tocht begint (of op de terugweg is) kijkt vol zorgen naar de weg die hij/zij nog moet gaan. Want als hij/zij aan al die bergen denkt, waarover hij/zij nog moet gaan! Wat kun je dan met al die mooie woorden van het begin van deze Psalm. Zoals “mijn hulp is van de Heer” of “de Heer zorgt er voor dat me niets overkomt”.

Is dat dan zo? Kan me inderdaad niets overkomen? Geloven is toch ook de werkelijkheid onder ogen zien? En in die werkelijkheid kom ik al die onoverkomelijke bergen en al die bedreigingen, al dat natuurgeweld en mensen die kwaad van zins zijn toch tegen? En dat maakt me, ondanks die mooie woorden, toch vaak zo angstig.

Een andere psalm die vertelt me echter dat de Heer ook mijn herder is. Die Psalm (Psalm 23) zegt dat Heer, ondanks alles, toch voor mij zorgt. Ook al is er gevaar, ook al is het donker om mij heen, Hij is bij mij. Hij beschermt mij en geeft mij moed. Ik zal niet omkomen, want Hij gaat met mij mee.

En……in Psalm 23 kom ik na zo’n ‘diep dal van duisternis’, na alle ellende, in de tempel van de Heer. Kom ik: van het donker in het licht, van de nacht in de morgen, van al het kwaad in een wonderlijke bewaring voor een feestelijke dag. In die volgorde.

Na alle angst en verbijstering over het kwaad komt het lied en de dank: “De Heer zal mijn hulp zijn en met Hem zal ik overwinnaar zijn”. Wat een feest zal dat zijn.

Ik wil van God als van mijn Herder spreken.
Onder zijn hoede zal mij niets ontbreken.
Groen is het land waarin Hij mij doet komen,
fris is de bron die Hij voor mij doet stromen.
Hij sterkt mijn ziel en wijst mij rechte wegen,
opdat ik Hem zal prijzen om zijn zegen. Berijmde Psalm 23: 1

Drs. E. Akkerman

 

Vakantietijd

In de vakantie zoeken wij vaak naar momenten van rust. In onze woelige wereld, waarin alles zo snel gaat, hebben wij van tijd tot tijd de rustpunten ook hard nodig.

In de Bijbel wordt ook over rust gesproken. Lees Psalm 62 er maar eens op na. In vers 1 van deze Psalm wordt gezegd: Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding.

Deze Psalm komt van David. En hij schrijft deze Psalm terwijl hij in moeilijke omstandigheden zit. Welke moeilijke omstandigheden dat zijn weten we niet. David ervaart in elk geval alsof iedereen tegen hem is. Alsof iedereen hem de dood wenst. Alsof iedereen over hem roddelt en leugens verspreidt.

Ook wij kunnen ons in moeilijke omstandigheden bevinden.

Misschien voelt u zich wel alleen. Misschien is er onenigheid binnen het gezin. Misschien bent u een geliefde verloren.

Het mooie van deze Psalm 62 is dat we open en eerlijk bij God mogen komen. Maar dat is niet het enige. David vindt ook de rust bij God. Hij spoort zijn ziel zelfs aan om alleen bij God die rust te vinden.

Als we eerlijk zijn proberen we vaak om de rust ergens anders te vinden! Maar David is er van overtuigd dat de werkelijke rust bij God alleen te vinden is. Wat is dan zijn geheim? Waarom is hij daar zo overtuigd van? Wel Psalm 62 laat ons zien dat de werkelijke rust geworteld is in de redding die God geeft. Als een refrein klinkt door deze psalm heen: ‘van Hem komt mijn redding”.

De sleutel om werkelijk tot rust te komen - te midden van onze hectische omstandigheden - ligt daarin dat we ons stil tot God keren.

Er staat niet voor niets: Vertrouw op Hem mijn volk, te allen tijde, open voor Hem uw hart, Hij is onze schuilplaats.

Ja, in Jezus heeft God rust en redding gebracht. In Jezus kan onze ziel de rust tot God vinden.

Ik wens een ieder een gezegende, rustige, vakantietijd.

Drs. Evert Akkerman - Hoogeveen

 

 

Korte Meditatie        God grijpt in

Ter voorbereiding op het komend Paasfeest

 

Prachtig is wat de engel tot de vrouwen zegt op de paasmorgen (zij zijn op zoek naar Jezus): Hij is hier niet, want Hij is opgewekt. Korter kan het Paasevangelie niet worden verwoord. Uitgerekend daar waar de mensen Jezus begraven hebben, wordt gezegd : Hij is hier niet. Nota bene op de plek, die extra was bewaakt en verzegeld door…….mensen. Pasen betekent: God grijpt in. Zijn ja doorbreekt het neen van de mensen. Vandaar de paniek allerwege in de paasverhalen. Op deze daad van de Eeuwige is niemand berekend. Geen  doodgewone sterveling. Wij kunnen dit niet wisselen.

Albert Schweitzer schreef eens: Wie door afstomping niet meer in staat is andermans lijden te delen, kan ook niet betrokken zijn bij het geluk van die ander.

Heeft Jezus dat juist niet gedaan? Leed gedragen omwille van ons geluk?

Heet juist daarom de vrijdag van zijn dood niet Goede! Vrijdag? Hoe verschillend de Paasverhalen ook zijn, één boodschap hebben zij alle gemeen: Jezus is de Levende. Daarom is sinds Pasen ons doen en denken niet tevergeefs, althans wanneer het met Jezus –de Levende- gericht is op het delen van het lijden van onze medemens en gericht is op het geluk van de ander. 

 

Onbekend
van www.passagevrouwen.nl

meditatie

Het lentegevoel
De lucht is wat grijzig
Maar wonderlijk.. wijzig
En als toverslag uit de grond
Weer mijn eerste sneeuwvlokje vond
Teder en wibbelend zijn kopje
Welcom ..prachtig sneeuwklokje
Wat tweifelend om te groeien
Zich volmaakt uit te bloeien
Trillend en rillend nog wat teer
Zie ik ..steeds weer! meer en meer
De aankomst van wat beter weer
Samen smeltend een natuur ontmoeting
De aankomst van een lente begroeting
Het vloeiend en glooiend zich ontspand
En de lente binnen kort ontvangt.

 

 

De betovering van stille kou
heeft ons doen verrassen.
Ineens is de wereld wit en verstild
alsof het tot ons roept:
ervaar mijn schoonheid
en alsof het op deze manier
om aandacht gilt...
Kijk nou, zie nou.
Elk detail, elk klein element
maakt zich zichtbaar
en besef in deze stille wereld
hoe groots de schepping,
en hoe klein als mens
je eigenlijk bent...
Stap in de wereld vol kristallen,
heel voorzichtig
en ruik de geur van winterpracht
geniet voor de betovering
wordt verbroken
en er opnieuw een grauwe
winterdag wacht...

Resie Wientjes, Groenlo  

Kerstfeest 2017 - Het licht schijn in de duisternis.

Licht. Het is een woord dat heel goed past bij de geboorte van Christus. Maar het is niet zo dat de geboorte van Christus een gebeuren is van louter licht! En het is ook niet zo dat dit licht het duister als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Alsof er na de komst van dit licht nooit meer duister zal worden!
Nee, zo is het niet. Je ziet het nog wel eens in tv-programma’s.
Als er iets van licht in je leven komt , door de komst van Jezus Christus,
dan verschijnt voorgoed de zon. Dan is alles rozengeur en maneschijn.

Maar wie in de zorgen zit ondergaat met Kerstfeest geen wonderbaarlijke verandering als bij toverslag. En als je leven bedreigd wordt door een kwade ziekte word je nu niet ineens als door een wonder beter.

En wat in ons eigen leven niet gebeurt, gebeurt ook niet om ons heen.
Nee, we horen in de kerstboodschap van het licht van gene zijde.

Van achter het duister komt het licht. En… je kunt er geen abonnement op nemen. Alleen als je het waagt met de woorden van het evangelie, alleen als je wilt geloven dat die woorden ook voor jou bedoeld zijn komt er iets van dat licht in het donker van je leven, in het donker om je heen.

Mensen die dat meemaakten zeggen soms: Het donker van mijn verdriet is er nog wel, maar af en toe is er een signaal dat er meer is dan alleen mijn verdriet.

Het licht van Christus. Het is er en het werkt. Het werkt in mensen die zelf leven vanuit dat licht. Die om je heen gaan staan en aandacht aan je schenken. In hen is het licht tastbaar en merkbaar geworden.
Ja, onze God heeft de strijd aangebonden met alles wat nacht en donker is.
Hij strijdt er tegen niet door te vechten met macht en geweld, maar door een licht aan te steken. Door een mensenkind te laten leven tussen de mensen.

Laten wij dan dit licht doorgeven aan elkaar, delen met elkaar, opdat het volop zal schijnen in onze omgeving.
Ieder apart is maar kleine lichtje, maar samen kunnen wij veel licht geven.
Ieder apart kan weinig doen om de wereld te verbeteren,  maar samen zijn we een grote macht.

Ik wens u allen Gezegende Kerstdagen en een voorspoedig en gezond 2018.

Drs. Evert Akkerman

 

Heeft bidden nog zin?

Als we een gezonde maag hebben is onze maag geen probleem. Zodra onze maag ziek is, ontstaan er vraagtekens.
Zo is het ook met ons gebed.
Wanneer het verkeer met God goed is, stellen we de vraag niet of bi