Meditatief

Week 3-21                                                                    Psalm 50.

De Psalm die we willen overdenken in deze meditatie is gedicht door Asaf. Net als de Psalmen 73-83. Wie was hij? Eigenlijk weten we niet meer van hem dan dat hij één van de musici was die de ark feestelijk binnenhaalden in Jeruzalem. (Zie 1 Kronieken 15: 17-21).

De voor ons bekendste woorden uit deze Psalm vinden we in vs. 15. En als ik die woorden lees moet ik altijd weer denken aan de Duitse theoloog en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer. We schrijven januari 1944. Bonhoeffer is gevangengezet en schrijft aan zijn vriend Eberhard Bethge, die aan het front verblijft: “Het is toch maar zo, dat de nood eraan te pas moet komen om ons wakker te schudden en tot bidden aan te zetten. Ik voel dat elke keer als iets beschamends; en dat is het ook.”

Nood leert bidden, zeggen wij in de volksmond. Is dat altijd waar? Ik meen van niet. Nood leert mensen soms ook vloeken, helaas. Ik ben dat meerdere keren tegengekomen in de jaren van mijn predikantschap. Met andere woorden: niet onder álle omstandigheden leert nood bidden. Soms worden we opstandig. Of, nog anders: soms is de pijn en het verdriet zó groot, dat wij niet meer kunnen bidden. Dan denk ik aan mijn moeder in haar laatste maanden van ernstige ziekte. Ik kán niet meer Bijbellezen en bidden, zei ze. En zo zorgden we ervoor dat er iedere avond iemand van de kinderen of van de kleinkinderen (even) bij haar was en een paar verzen uit de Bijbel las en hardop voor haar bad. Dan speelde een glimlach om haar lippen en was het goed, óndanks alle leed dat geleden moest worden. ”Roep Mij te hulp in tijden van nood”, zegt vs. 15. Nu, van nood is de wereld vol, nietwaar? Er zijn van allerlei gebeurtenissen in onze tijd die ons zorgen baren over de toekomst van deze wereld. Als het: ‘ieder voor zich’ gaat regeren in Amerika, in Europa, in Nederland, dan zijn we vér van huis, omdat het oog noch hart heeft voor de medemens, die onze naaste is.

Maar de Psalm die wij overdenken mag ons leren: God wil niet dat wij onder angst en druk bezwijken. “Ik zal u redden en u zult Mij eren”, staat er dan bij in deze Psalm. Dat wij onszelf niet redden kunnen, weten we wel. Daarom kwam De Redder naar deze wereld. In de komende tijd overdenken we opnieuw hoezeer Hij onze Redder wilde zijn in de lijdensweg die Hij voor ons ging. En wij kunnen Hem alleen maar eren, door te stamelen: “duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer.”

Ds. H. Dekker.

Lied van de week: Gez. 169.