Meditatief

 

Meditatie.                Psalm 45.

De Psalm die we overdenken is een bruiloftslied. Maar deze bruiloft is geen alledaagse, zoals wij die kennen. Nee, het gaat hier over een koninklijke bruiloft. Dat denken wij al gauw terug aan de bruiloftsbeelden van koning Willem-Alexander en koningin Maxima. En vooral, denk ik, aan de tranen van Maxima, bij het horen van de tango uit haar vaderland.
De Psalm kent twee coupletten. In het 1e wordt de schoonheid van de bruidegom bezongen (in de verzen 1-10) en het tweede couplet bezingt het geluk van zijn geliefde. Een bijzonder lied dus te midden van alle andere Psalmen. Iemand heeft eens gezegd: deze Psalm is net zoiets als het Hooglied. Ook een wonderlijk en vreemd Bijbelboek te midden van de andere Bijbelboeken. Ja, dat begrijp ik wel als je Hooglied en deze Psalm wilt lezen als een gewoon liefdeslied. Maar zo heeft de kerk der eeuwen deze Psalm en ook het Bijbelboek Hooglied nooit verstaan. Al in de vroege kerk werd deze Psalm gezien als een verwijzing naar Christus. En net als het Hooglied in die zin uitgelegd. Bruid en bruidegom staan dan in deze Psalm en ook in het Bijbelboek Hooglied voor God en mens. Mijn bezwaar tegen deze uitleg is dat je al snel de neiging hebt om de eigenlijke tekst niet meer serieus te nemen. En daarom zeg ik in eerste instantie: deze Psalm én het Bijbelboek Hooglied gaan wel degelijk over de liefde en alle moois dat je daarbij bedenken kunt, inclusief de lichamelijke verrukking van de liefde. Dat gezegd hebbende ga ik graag mee met grote uitleggers van de Bijbel als Calvijn en Kohlbrugge die deze Psalm (uitsluitend) gelezen hebben als Christologische Psalm. Dus als een heenwijzen naar Jezus Christus, de Koning der Koningen. Immers, Jezus wordt in het Nieuwe Testament meer dan eens de bruidegom genoemd. En Hij zegt het ook van Zichzelf. Hij vergelijkt Zijn Koninkrijk met een bruiloftsmaal. En de bruid is Zijn gemeente. In liefde aan Hem verbonden. De rijkdom van de koninklijke bruidegom uit deze Psalm is dus niet de pracht en praal, de schitterende gewaden en paleizen. Nee, zijn allergrootste schat is de bruid. De rijkdom van de gemeente van Christus is dat ze door Hem gekend en bemind wordt. “Om haar als bruid te werven, kwam Hij ten hemel af, Hij was het, die door Zijn sterven, aan haar het leven gaf.” (Gez. 112, NH-bundel 1938).

Als dát geen feestvreugde is….!

Ds. H. Dekker.